elleboog

Voor de diagnose van elleboogletsels kan een artroscopie belangrijke informatie leveren. Frequent voorkomende aandoeningen in de elleboog  zijn ‘medial coronoid disease’ en OCD van de mediale humeruscondyl. ‘Medial coronoid disease’ is de nieuwe verzamelnaam voor letsels aan de mediale processus coronoideus, en omvat dus zowel een barst (= fissuur)  als een los stuk van het mediale coronoid al dan niet gecombineerd met kraakbeenschade. Bijkomend kan er in sommige gevallen ook OCD (= een losse kraakbeenflap) aanwezig zijn. De diagnose van deze aandoeningen stelt een probleem, vooral in een vroeg stadium, omdat de kraakbeenletsels zelf en de beginnende secundaire artrose radiografisch moeilijk zichtbaar zijn. Ook in een later stadium baseert men zich op deze secundaire artrose zonder dat het primair letsel zichtbaar is. De radiografische diagnose wordt dan gesteld in een stadium waarbij al degeneratie is opgetreden. Via de artroscopie kunnen de letsels in een vroeg stadium, alvorens artrose ontstaat, gedetecteerd worden. Uit vergelijkende studies tussen radiografische en CT-bevindingen enerzijds en artroscopische bevindingen anderzijds, bleek dat de artroscopie de nauwkeurigste techniek was om een letsel van het mediaal coronoid aan te tonen. Met een negatieve röntgenfoto en een negatieve CT-scan, konden we via de artroscopie toch nog een fragment ter hoogte van de processus coronoideus waarnemen. Dit verbetert de prognose na chirurgische behandeling omdat op dat moment nog geen arthrose voorhanden is. Verder kan men een exploratieve artrotomie in twijfelgevallen vermijden. Elleboogartroscopie blijkt dan ook aangewezen bij elke jonge hond met klinische elleboogproblemen, zelfs indien radiografisch geen afwijkingen te zien zijn.
Een artroscopische verwijdering van de fragmenten kan aansluitend op de artroscopische diagnose gebeuren. Hiervoor zijn kleine maar sterke instrumenten nodig vanwege de beperkte gewrichtsruimte.

Het begrip elleboogdysplasie:

Klachten van manken op de voorpoten bij een jonge hond, kunnen vaak toegeschreven worden aan een elleboogprobleem. De frequentst voorkomende elleboogproblemen, worden meestal teruggevonden in de groep van de "Elleboogdysplasie"

Elleboogdysplasie is een aandoening die geregeld voorkomt bij de grote, snelgroeiende rassen, zoals de Labrador Retriever, Golden Retriever, Rottweiler en Berner Sennenhond. Vaak beginnen de klachten al op zeer jonge leeftijd (4 tot 8 maanden), hoewel het ook kan voorkomen bij oudere honden of minder specifieke rassen. 

Aandoeningen die behoren tot de groep van elleboogdysplasie zijn: ‘Medial coronoid disease’, een losse processus anconeus (LPA), osteochondrosis dissecans (OCD) en elleboogincongruentie.
Andere elleboogproblemen die niet tot de groep van elleboogdysplasie behoren zijn o.a. een degeneratie van de flexorpees (= flexor enthesopathie) en een onvolledige fusie van de humeruscondyl.